Constructieproblemen bij de beelddragers
De dragers van de schilderijen zoals houten panelen of doeken kunnen worden hersteld, wanneer ze beschadigd of vervormd zijn. Als de spieramen in slechte staat zijn en onvoldoende steun bieden aan het schilderij, moeten ze vervangen worden.
Wanneer de spanning van het doek niet voldoende is, kunnen er deformaties in het doek ontstaan zoals vouwen en plooien. Door mechanische schade ontstaan er deuken en bobbels. In deze gevallen worden de spanranden van het doek verstevigd met stroken nieuw doek (strip-lining) om het schilderij beter op te spannen.


Vouwen en bobbels in het doek
Egaliseren van deformaties in het doek met behulp van de stretcher
De scheuren en gaten in het doek worden geëgaliseerd, geconsolideerd en aan de achterkant geplakt. Daarna worden ze aan de voorkant opgevuld met een vulling en geretoucheerd.


Vertakte scheur
Provisorische vastzetten van de scheur met Japans papier


De scheur wordt aan de achterkant draad voor draad geplakt
Na restauratie
Consolidatie van de verflagen
Vocht, klimaatschommelingen of slechte materiaalkeuze kunnen leiden tot desintegratie van de verflagen. Als de verf loslaat en op gaat staan, kan er een afbladdering optreden met verfverlies als gevolg. Hoe eerder de verflaag geconsolideerd wordt, hoe minder schade er ontstaat. De lacunes worden vervolgens opgevuld en geretoucheerd.



De verflaag heeft losgelaten van de grondering
Verflaag is in hoge mate afgebladderd
Na Restauratie


Verfverlies als gevolg van de losgelaten verflaag
Na het vastzetten van losgelaten verf, opvullen en retoucheren

Als er geen tijd of middelen zijn voor een volledige restauratie, bijvoorbeeld na een calamiteit, of voor een transport, kan een tijdelijke fixatie van de kwetsbare verf een grotere schade voorkomen.
Op de foto links: de losse verffragmenten zijn tijdelijk vastgezet met Japans papier om het verlies van de losse verfschillen te voorkomen tijdens het transport van het plafondschilderij naar het restauratieatelier
Sommige oude schilderijen zijn al in het verleden gerestaureerd. Oude retouches en overschilderingen kunnen na een tijd gaan verkleuren. Dat resulteert in storende vlekken op het schilderij. Tijdens de restauratie worden verkleurde retouches en overschilderingen verwijderd en oude reparaties worden bijgewerkt met nieuwe reversibele materialen.



UV-fluorescentie – oude retouches
Verkleurde oude retouches
Oude overschilderingen
Oppervlaktereiniging
Op het oppervlak van het schilderij bevindt zich vaak een laag stof en vuil. Niet zelden bevinden zich op de schilderijen uitwerpselen van insecten, of nicotineaanslag. In sommige gevallen is er schimmel te zien. Na een brandschade wordt het oppervlak bedekt met een laag roet. Om te kunnen bepalen welke materialen het meest geschikt zijn voor de oppervlaktereiniging, worden eerst reinigingstesten gedaan.



Verwijderen van het oppervlaktevuil
Oppervlaktereiniging
Verwijderen van oppervlakte vuil en vernisafname
Vernisafname



Oude vernissen verkleuren, worden geel of soms zelfs bruin en veranderen het coloriet van de originele verflaag. Oude vernissen kunnen ook broos worden, er kunnen barstjes of craquelé ontstaan of een ondoorzichtige grijze of blauwe laag. In zulke gevallen wordt de vernis verwijderd en na de restauratie wordt het schilderij voorzien van een nieuwe laag vernis.


Sterk vergeeld en gebarsten vernis
Na Restauratie


Tijdens vernisafname
Na Restauratie
Vullingen en retouche
De lacunes en beschadigingen worden opgevuld met vullingen en geretoucheerd met de reversibele retoucheerverf. Als laatste wordt het schilderij opnieuw gevernist. Als het gaat om moderne en hedendaagse schilderijen die oorspronkelijk niet gevernist zijn, wordt er geen vernis aangebracht.


Oude vullingen zijn bijgewerkt en nieuwe vullingen zijn toegevoegd
Na Restauratie